Anatomie in Bloei
Anatomie in Bloei
Kan beschikbaarheid voor afhalen niet laden
Het pad is vandaag droog; bleek stof stuift rond Elsbeths schoenen terwijl ze het kerkhof oversteekt met een paar steeltjes tussen haar vingers geklemd — madeliefjes, een blauw takje, wat er dan ook nog langs het pad stond. Ze pauzeert bij het hek, alleen om het met haar heup verder open te duwen, en loopt dan ongehaast verder.
Ze knielt waar het gras ongelijk is gegroeid en reikt naar de ketting om haar hals, en tilt het kleine koperen beentje van haar borst. Het metaal is warm van haar huid. Ze houdt het stabiel in haar handpalm en voert de stengels één voor één in, snijdt een gekneusd uiteinde af met haar nagels, draait ze tot ze rechtop staan in de smalle holte.
“Jij zou de hoogste hebben gepakt,” zegt Elsbeth, een bloemblaadje onder de rand vandaan halend. Haar duim volgt de lijn van de enkel, langzaam, bekend, voordat ze het stukje weer tegen haar sleutelbeen laat vallen. De bloemen verschuiven als ze beweegt, klein en helder tegen het koper, en ze blijft daar nog even, neerkijkend op het stukje aarde.
Delen
